On Tour #1

We mogen weer!

Na maanden van voorbereiding en vakantie ben ik met mijn crew en regisseur al weer een paar weken onderweg met de try-outs van “Nieuw”.

Langzamerhand moet ik nu toch echt onder ogen gaan zien dat de voorstelling af is. Koos (Terpstra, de regisseur) had het al een tijdje door, waar ik dacht dat ik nog van alles moest. Maar het is eigenlijk klaar, althans, het is nog een kwestie van inspelen, vertrouwen krijgen en voelen hoe deze voorstelling eigenlijk werkt. Hoe hij voelt, proeft, ademt. Waar hij versnelt of juist moet vertragen. Wat de zwaartepunten zijn en wat de momenten waar het juist níet om gaat. Vooral deze laatste momenten blijken belangrijk, verwarrend genoeg.

Als je een voorstelling aan het maken bent heb je de neiging alles wat je bedenkt te koesteren. Alles wordt verzameld en over het voetlicht gebracht, als was het Gods gift aan de wereld, vanavond toevallig door de artiest van dienst verwoord. Heeft het publiek wel door hoe mooi de gedachte is die achter deze zin schuilt? En achter deze? En de volgende? Hoe diep doorvoeld de metafoor in het overkoepelende verhaal is? En hoe nauwkeurig getroffen dat ene grapje wat uit de mouw geschud lijkt te worden, maar juist een hele wereld in zich herbergt. Misschien wel de sleutel van het programma… Hoort u de poëzie wel die in deze woorden gelegd is tijdens nachtenlange noeste arbeid? Het lijkt wel een gedicht! Het ís een gedicht! Hóórt u dat wel?! Doodvermoeiend. En niet in de laatste plaats voor het publiek.

Op sommige avonden hangen ze halverwege de voorstelling lamgeslagen in de touwen. Smekend om een adempauze. Twee happen lucht. Een paar seconden rust om even na te denken over wat die steeds enthousiaster roepende meneer op het podium allemaal de zaal in smijt. Maar nee, rust wordt ze niet gegund: daar zet ie alweer onverschrokken het volgende lied in, dat ook weer gebracht wordt als het laatste en belangwekkendste lied ooit gezongen.

Zo’n voorstelling is sterk gebaat bij afwisseling. Wil je een punt maken, dan zul je er voor moeten waken dat je vóór dat punt niet ook al een ander punt gemaakt hebt. Als je bovenop de berg wilt staan en genieten van het uitzicht, zul je van onder af moeten komen. Je kunt niet van de top van de berg naar de top van de berg. Je houdt geen berg over op die manier. Enkel hoogvlakte. En hoogvlakte kan best aardig zijn, maar is over het algemeen genomen tamelijk saai.En dan zo’n metafoor niet meteen in de voorstelling gaan gebruiken.Rust, dat moet ik leren. Durven te ademen. Nog 7 voorstellingen waarin ik steeds zachter word.

25 oktober première.

Als je heel goed luistert, hoor je me in de Kleine Komedie het laatste lied inzetten. Ik zal stilletjes buigen, de bloemen in ontvangst nemen. Al die lieve mensen die me terzijde staan fluisterend bedanken. En op de afterparty zal ik schreeuwend van vreugde op de bar staan. Ik zal mijn longen uit mijn lijf zingen omdat ik weer de wei in mag. Er is maar weinig leuker dan touren namelijk, moet u weten. Maar daarover misschien volgende week meer..

Paul

Foto: Bob Bronshoff