Sneek

Sinds een paar jaar is er sprake van een uitverkiezing van Theater Van Het Jaar. Voor mijn gevoel wordt die titel dan traditiegetrouw gewonnen door het Zaantheater, maar ik heb het even nagekeken, en het blijkt dat het toch echt elk jaar een ander theater betreft. Allemaal prachtige, smaakvolle en gastvrije theaters, niets op af te dingen.

Maar door die uitverkiezing is er een duidelijke waterscheiding ontstaan in het theaterlandschap. Kort gezegd: de lijn tussen de theaters die wèl, en de theaters die nìet naar deze prijs omkijken.

Ik zal hier geen specifieke theaters uit de laatste categorie uitlichten. De zaalhouders weten vast wel aan welke kant ze staan, daar hebben ze mij niet voor nodig. Bovendien heb ik dit wekelijkse schrijven/column/blog/iets anders nl… *) voornamelijk opgezet als een positief inkijkje in mijn rondgang langs de vaderlandse schouwburgen en clubhuizen, een opgewekt stukje proza over mijn tochten langs ’s Heren wegen, en past hier zeker geen bitter stukje over theaters waar je uren bij de artiesteningang staat aan te bellen, voor je uiteindeljk bij een heel andere deur, aan de andere kant van het gebouw, binnengelaten wordt door een saggerijnige in donker t-shirt en dito broek gestoken sleutelbossendrager die je richting een smoezelige kleedkamer gromt, waar het tocht en waar geen water is, waar het meubilair bestaat uit een ikea-tafel en een afgetrapte jongerensoos-bank die opzichtig nog de sporen draagt van menig voortijdig puberclimax. Theaters waar je verder, buiten de eigen crew om natuurlijk, de rest van de middag en avond geen mens meer ziet, tot je vlak voor je op moet de man die je binnenliet weer terug vindt op het zijtoneel, en hij je middels een norse knik laat weten dat de zaaldeuren gesloten zijn, ergo de mensen geen kant meer op kunnen. Waarna hij je omdraait en je met een schop onder je kont het podium op werkt, waar je eindelijk, èindelijk!, weer andere mensen ziet, en de avond echt kan beginnen. Het was geen boze droom, het is gewoon een avond lekker spelen.

Na afloop nog steeds geen directeur of programmeur, al dan niet vervangend. Zelfs geen bestuurslid, of een echtgenoot van de voorzitster van de plaatselijke Stichting Ter Vermaak, of dan op zijn minst een ver familielid, of misschien een overbuurman daarvan. Nee, er wacht enkel een verfrommeld gastenboek waar ik op mijn aller-cynischt bedank voor de geweldige ontvangst en de heerlijke bitterballen, en ik weet dat niemand dit zal lezen, behalve het leger aan teleurgestelde artiesten dat nog zal volgen.

Zo’n beschrijving past hier niet.

Het gaat mij om die eerste categorie. Sinds er sprake is van een Theater Van Het Jaar zie je in heel veel kleedkamers allerlei attenties, dropjes, watertjes, zoetigheid, plaatselijke likeurtjes, handdoekjes, pleisters en naaigerei. Meestal als een bloemstuk gearrangeerd in een gezellig rieten mandje waarvan het geloof ik niet de bedoeling is dat je die meeneemt, want daar wordt morgen het bloemstuk aan heerlijkheden voor Marc-Marie of voor Youp weer in gemaakt. Soms ben ik door omstandigheden wat vroeg in het theater, en komt een met schaamrood bekaakte gastvrouw me het mandje van de dag overhandigen: “Sorry, sorry, het had er al moeten staan, zal niet weer gebeuren, heeft u nog wensen, wilt u koffie, massages, danseressen? Heeft u de WiFi code al, zal ik die even voor u opschrijven, hij hangt ook aan de deur, en op de gang, en in het artiestencafé, waar ook een heerlijke bank staat, en als u even wilt liggen, in kleedkamer 3 hebben we een bed opgemaakt. Koffie? Wijn? Bier? Toch danseressen?”

Hartverwarmend.

En het gaat me dan, zonder iemand voor het hoofd te stoten, vooral om de vrijwilligers. Wat kom ik door het hele land toch geweldige mensen tegen, die het theater een warm hart toedragen en zich belangeloos inzetten om er elke avond weer een geweldige ervaring voor zowel publiek als uitvoerenden van te maken.

Tot nu toe, met stip bovenaan: Sneek. Geweldige mensen, ontvangst met thee op een lichtje, speculaasjes en een kerstboom. Allemaal lieve mensen die ook nog eens allemaal precies weten wat ze moeten doen en wanneer. Dus dat je niet 8 keer de vraag krijgt of je na afloop nog even naar voren komt, of het gastenboek wil tekenen. Iedereen heeft zijn eigen taak en dan heb je ook nog de directie en de programmeur die daar naadloos op aan sluiten. In perfecte harmonie.
Na afloop schaaltjes worst-kaas-scenario in de artiestenruimte, en een gulle tap aan de voorkant.
Perfect.
Heerlijk na staan praten tot de laatste bezoeker de foyer verliet.

De vrijwilligers, een stuk of tien wel, vond ik terug in de artiestenruimte, voor de televisie. De fles wijn open op tafel, ik schatte dat het niet de eerste was, en Badr Hari tegen Rico Verhoeven op het scherm.
Tien plus-middelbare vrijwilligers, waarvan slechts 1 meneer, sloten de avond gezellig af terwijl twee mannen, ver weg, elkaar de hersens insloegen.
Met dat beeld op ons netvlies stapten Peter en ik tevreden in de auto voor de terugweg over een mistige afsluitdijk.

Van de weeromstuit al bíjna Sky-the Chrismas-Channel aangezet.
Bijna.

FOTO: Bob Bronshoff