PHEV from the hood

Ik ben geen pocher.
Ik poch niet over geld. Over mijn huis. Over mijn carrière.
Niet over mijn prachtige vrouw of over mijn slimme, knappe en multi-getalenteerde kinderen.
Wellicht is het feit dat ik niet poch, het enige waar ik graag nog wel eens over pochen wil.
Maar, 1 ding: ik heb een heerlijke auto.
Is een feit. Geen pochen persé.

Ik vertel dit omdat ik jullie over het touren zou vertellen en een groot deel van de tijd dat we touren gaat op aan in de auto zitten. Wat helemaal niet zo vervelend is als het lijkt, want Stephan vindt autorijden heel leuk, en ik vind het heerlijk om een beetje voor me uit te turen, af en toe een paar woorden te schrijven, of een foto te maken voor mijn nu-reeds-legendarische-fotoreeks-in-wording “Zonsondergangen on the road” op instagram (pauldemunnikofficial) en op de terugweg met een fles chardonnay binnen handbereik Stephan lastig te vallen met verhalen uit de oude doos, toen ome Paul een popster was en met ome Thomas en buurman David deze zelfde wegen bereed.
En in die heerlijke auto rijdt Stephan ons nu naar Franeker. Franeker uit, altijd lastig.
De auto is stil, ruim zonder patserig te zijn en zwart, want zwarte auto’s zijn cool. Dat weet iedereen.

Het is een plug-in hybrid. De eerste 40 kilometer zijn elektrisch, daarna zuipt ie als een zeeman.
Maar dat mag de pret niet drukken. Het idee is goed, komt uit een groen kloppend hart en bovendien zuip ik zelf ook als een zeeman. Hoewel ik in mijn verbeelding, want hoeveel zeemannen ken ik nou werkelijk, zelden zeemannen aan de chardonnay zie zitten. Maar goed.
Mijn plug-in hybrid is sinds kort een “Phev from the hood”. Eerst was het eigenlijk een prima burgerauto, maar sinds mijn gewaardeerde collega Typhoon er etnisch geprofileerd mee aangehouden is, wordt er toch heel anders naar mijn persoontje gekeken, als ik de auto de street in stuur en ‘m achteloos, damn cool, met een subtiele move aan de loader hang. Heb een lean and mean and motherfucking clean green Hybrid Machine, en you know dat ze het voelen in the hood.

Het enige dingetje is.. Ik word maar niet aangehouden. Nooit eens een agent die me inhaalt en zijn STOP-verlichting aanzet alvorens me naar de vluchtstrook te dirigeren. Als ik smooth and quiet de hoek van het winkelcentrum om kom rijden, zie ik de agenten wel eens staan, bij de visboer, met een scholletje..

Dan rij ik er expres een beetje langzaam langs. Provoceren, weet je wel? Raampje open, middle of the road extra hard op mijn soundsystem. Neil Diamond knalt als het ware uit de bassbox achterin.
Dan kijk ik ze nèt te lang aan. Ze kijken terug.. En dan dan steekt er altijd 1 een duim omhoog, of zwaait een ander vriendelijk. “CD van jou, CD van mij!” roepen ze bijvoorbeeld zomaar op niks af, enkel ten teken dat ze me herkend hebben en dat ze mijn muziekkeus kunnen waarderen.

Ik zet dan mijn wheels wel eens gewoon met twee banden op een stoep, of nèt over de streep van een parkeervak. Het doet ze niks. Ze vinden het prima. Ik blijf verdacht lang in de auto zitten. Voer drukke telefoongesprekken met veel handgebaren. Ik ben zelfs al een keer overgegaan op zogenaamd een lijntje snuiven op mijn dashboard. Goed zichtbaar achter het raam. Lijntje poedersuiker gelegd.. Had ik net zo goed op de middenconsole kunnen doen waar ik dat normaal gesproken altijd doe en niemand het kan zien, want ze keken naar me en wezen vervolgens naar de oliebollenkraam die op dat moment op het plein stond. Of ik er geen oliebol of appelflap bij wilde..

Zo word ik natuurlijk nooit een gangster, een player. Zo krijg ik nooit die street-creds waar ik zo naar hunker. Zo word ik nooit serieus genomen en blijf ik een lame ass white dude in een burgerautootje..
Over etnisch profileren gesproken! Wij hebben het ook niet makkelijk!

Ah, Franeker. Ik ben er.
Beware, bitches! The P to the M is in tha house!
Even kijken of we ergens kunnen opladen..