Mooi Vak

En zo reis ik met mijn try-outs het land door. Nog een week, dan is er première.

Omdat ik ‘opnieuw’ ben begonnen, heb ik weer het een en ander te bewijzen. Uiteraard aan mezelf; kan ik uit de slagschaduw van het duo stappen, en in mijn eentje iets neerzetten, dat net zo vertrouwd gaat voelen, zo zeker, zo als een jas om mijn schouders zal zakken als het duo-optreden deed? En natuurlijk aan mijn publiek. Ik moet het publiek opnieuw voor me winnen. Dat had ik van tevoren wel bedacht, ik ben niet gek, maar toen de eerste optredens opeens niet uitverkochtten, en toen ik voor het eerst sinds jaren weer een autorit aanving voor minder dan 100 bezoekers – en dan maak ik het mooier dan het is; minder dan 80 zou meer in de buurt zijn .. waarbij “in de buurt” weer zeer wrang is, omdat dit meestal de optredens betreft die juist helemaal níet in de buurt zijn – krabde ik me toch even op het hoofd.. Leuk hoor, dat opnieuw beginnen enzo, maar dat zou toch een stuk prettiger zijn in de theaterarena’s waar we anderhalf jaar geleden nog toegejuicht werden? Waar het bedienend personeel, het management, de kassamedewerkers, de garderobe-dames en de technici me knipmessend zouden staan opwachten, dankbaar voor weer een volle zaal, voor het feit dat ik überhaupt de moeite heb genomen naar ze toe te komen. En of ik iets, of iemand, van de bar wenste te gebruiken?

En toch.
Afgelopen zaterdag stond ik in Oostburg. Het hing me al een tijdje boven het hoofd, er waren weinig kaarten verkocht, en dan kun je nog zo hard roepen: “het is maar een try-out!”, maar dan is Oostburg een eind rijden.

En tóch.
Uiteindeljk zat er een kloeke honderd man, de kaartverkoop was wat aangetrokken.
John, de directeur annex enthousiasmeur was zeer tevreden met het aantal verkochte kaarten.
We werden mee uit eten genomen naar het beste èn snelste restaurant in het centrum.
We werden terzijde gestaan door enthousiaste en betrokken technici.

Ik mocht voor het eerst in mijn carrière optreden in deze zaal; 1 van de mooiste en meest authentieke zalen die ons land rijk is.
En na een minuut of 10 spelen kwam dat heerlijke besef, dat niet altijd komt, en dat maar zó weinig te maken blijkt te hebben met het bezoekersaantal: Wat heb ik toch een prachtig vak. Ik mag helemaal hierheen komen om mijn werk te spelen, en de mensen zijn speciaal voor mij naar het theater gekomen. Ze leven mee. Ik hoorde ze zuchten van ontroering, juichen van opwinding en klappen en lachen van blijdschap. We waren daar samen een hele bijzondere avond aan het maken. Het werd mijn beste try-out tot nu toe.

De voorstelling is klaar. Ik ontvang applaus, bloemen en een persoonlijk kado van John.
Ik loop af, “côté cour”, ofwel aan de rechterkant voor het publiek.
En kom erachter dat ik vanuit die kant van de coulissen niet weg kan komen richting kleedkamer. Dus ik ik sta tussen de flightcases gepropt en tegen mijn spare-gitaar aan weggedoken, zodat het de-zaal-verlatend publiek de artiest in elk geval niet kan zien.
En ik hoor daardoor wat je zelden hoort. Door de uitloopmuziek, Otis Redding, hoor ik het publiek opgetogen pratend de zaal verlaten, ze hebben een goede avond gehad. En ik ook.

Ik heb een mooi vak.

Foto: Bob Bronshoff

gepubliceerd: 18 oktober 2016