Leiden, 1 december 2016. 7 jaar na Shaffy.

Je hebt van die dagen.
Dat het leven met je op de loop gaat
Dat je niet in staat bent dat wat er gebeurt
Te ongebeuren
Dat je dat wat te wachten staat
Niet langer te wachten staan kan laten
Het is niet koud of zacht
Maar het miezert
Het is niet druk of relaxed
Maar het stapelt zich op en sleept zich voort
Alsof je bergen mulle aarde
Doelloos heen en weer brengt
En weer heen
Het onheil te groot
De dood
Te dood
Te niet te missen
Te onafwendbaar
Wat sterk is valt
Wat lief is verhardt
De kleuren ontkleuren
Alles grijs.

Van die dagen dat het leven even
doet wat ze het liefste doet
Namelijk precies dat wat
Ze zelf wil
Zonder zich te bekommeren om ons
Arme zielen
Die zo hun best doen
Er iets van te maken
Iets dat zin heeft
Of op zijn minst
De aandacht even afleidt.

Dagen dat we Shaffy missen.

Dan is maar een weg
Vooruit
Uit volle borst vooruit
Galmend het podium op
Om anderhalf uur
Mooi te maken.

Ik breng
Het liefste en het zachtste dat ik heb
Keihard erop en erover
Komaan!

Leiden, you’re in for a treat…

En Leiden was geweldig. Ik schreef bovenstaande zinnen vlak voor ik op ging. En met dat vuur ging ik op. En het werkte.

Zo ongeveer de mooiste zaal van het land. Gevuld met precies de goede mensen. We waren één. We ademden als één.
Ik zette de avond op.
De eerste tekst. Raak.
De eerste akkoorden. Zuiver. Raak.
Eerste couplet, eerste refrein. Raak.

Toen: Ploing.
Snaar gebroken.
Andere gitaar, lang niet echt bespeeld.
Moeilijk op juiste stemming te krijgen.
Weerspannig als het leven.
Het duurt.
Nummer opnieuw ingezet.
Nog steeds niet zuiver.
Gitaar stroef. Nukkig. Mokkend over zijn rol op de reservebank.
Maar langzaamaan wennen we aan elkaar, hij wordt warm. Ik was het al.

En samen maken we aan deze, aan alle omstandigheden die we nu eenmaal niet in de hand hebben (leven, dood, reservebank) vermorste kutdag, een van de meest memorabele theateravonden die ik tot nu toe heb mogen spelen.

Leiden, je was geweldig. Mijn dank is groot.