Hengelo

Het is woensdag.

Neil Youngs “Keep on rockin’ in a free world” op de radio schenkt me het vertrouwen dat wij zelf ons lot in handen hebben en in staat zullen zijn onze lang bevochten vrijheden èn onze open blik te behouden. We rijden over de Veluwe, ik zie Kootwijk, Apeldoorn, en de zon geeft die eerste gedachte nog een stevig kontje.

Zaterdagnacht reed Stephan ons nog door een ware sneeuwstorm naar huis.
Ik hou van sneeuw, en van rijden door de sneeuw, alles gedempt en zacht. In de auto wordt het langzaam warm en lekt de meegegriste, want reeds geopende, fles Spaanse cabernet sauvignon in mijn tas een van mijn witte optreedhemden druppel voor druppel rood. Maar dat weet ik zondag pas. In de auto weet ik dat nog niet. Alles is veilig en Stephan doet net of hij elke dag door een halve meter dik sneeuw stuurt. Ik heb lekker gedoucht na de voorstelling, ben licht roezig door de witte wijn die als een wonder uit mijn reisglas blijft komen (als het om wijn gaat ben ik zeer praktiserend katholiek, en dat loont) en maak in gedachten al de wandeling door de witte weilanden die ik morgen denk te gaan maken.

Ik vertel over de wandelingen die we vroeger maakten. Vroeger, toen kerst nog gewoon wit was en wij met mijn vader na de kerstmaaltijd door ons dorp liepen. Mijn moeder had gekookt en ruimde op, dat kon toen nog gewoon, geen Opzij die er naar kraaide, en mijn vader, mijn broers en ik wandelden door een donker dorp, bijgeschenen door de maan die de sneeuw deed oplichten. We lachten, we zongen uitgelaten, we zaten elkaar al sneeuwbalgevechtend achterna. En mijn vader genoot. Dat kon hij goed, mijn vader. Hij genoot van zijn zoons. Bij nader inzien denk ik dat we mijn moeder overigens eerst wel geholpen hadden met opruimen, en daarna pas waren gaan lopen. Dat had ze niet gepikt, dat wij zomaar vertrokken, daar had ze geen Opzij voor nodig.

Ik kan het haar nu niet meer vragen, maar laat dat het beeld zijn: Mijn moeder zette de oven nog even aan om de appeltaart een beetje door te warmen, en zette koffie en thee voor als we terugkwamen. De wandeling was nu eenmaal een jongensding. We gleden en gierden en kwamen met glimmende ogen en rode wangen weer terug in het warme huis. Geborgen.
Mijn vader is dood en mijn moeder sinds kort opeens ook.

Zaterdag sneeuwde het nog, als was het een saluut naar die mooie tijden, vandaag rijden we naar Hengelo en is het opeens lente. De auto geeft 15 graden aan! 15! Er ligt nog wel wat sneeuw langs de weg, op plekken waar de zon moeilijk komt, maar het meeste is al weg. Zo gaat dat. Het gaat allemaal weer door en wij mogen naar Hengelo. Er zijn nog zoveel mooie herinneringen te creëeren.

Bijvoorbeeld: vandaag is de warmste dag van deze tour voor Stephan, en precies vandaag heeft hij besloten ons te trakteren op een echte Zwitserse kaasfondue.. Omdat het half februari immers vást nog volop winter zou zijn..
Wordt vast heerlijk.

Keep on rockin’ in a free world mensen!

hengelo2