En door!

En door!

In mijn luie stoel gezeten keek ik door het raam naar een mistroostig buiten.

Geen winter, geen sneeuw, maar nat en grijs. De eerste dagen van een nieuw jaar vallen mij altijd al zwaar, maar de omstandigheden doen ook geen enkele moeite me bij te staan of over mijn dode punt heen te helpen.

Afscheid nemen is een van mijn zwakste punten. Naar het eind van het jaar toe groeit de enthousiaste anticipatie naar warmte, familie, kerst, vrienden, vakantie en feesten zonder keerzij tot grote hoogte. Maar als dan alles voorbij is en er weer zo’n heel jaar voor me ligt, de kurk weer plichtsgetrouw op de fles zit, en het leven zijn oude trouwe gang weer vervolgt, wordt het me droef te moede.

Zelfs de dan toch maar geboekte ski-vakantie in het vooruitzicht bood vooralsnog geen troost. Er was maar 1 manier: opstaan en aan het werk gaan. Voor je het weet zou er een week voorbij zijn en alles alweer anders lijken.

Ik heb een talent voor weemoed, gelukkig niet voor depressie.

Daar gaan we weer!

Ik wil niet meer zitten
Ik wil lopen
Niet meer wachten
Niet meer hopen
Geen verdriet meer
Ik wil open
Niet meer zitten
Ik wil lopen

Ik wil niet meer zitten
Ik wil naar voren
Niet meer luisteren
Ik wil horen
Waar de wind ruist
Door het koren
Niet meer zitten
Ik wil naar voren

Laat maar komen kom maar op
Kom maar op kom me verbazen
Ik neem je schaterend te grazen
Laat maar komen kom maar op

Zoiets, dacht ik.
En dan iets over wat er dit jaar te wachten staat, en wat mijn plannen allemaal zijn. Nieuwe nummers, een nieuw album, dat eerst. Verder bouwen. De weg die ik ben gaan lopen verder verkennen. Wat ligt er dan om de volgende hoek? Achter dat bos daar in de verte?
Wat gebeurt daar, beweegt daar iets achter die molen?

..
..

Ik stond op. Drie dagen scheidden mij nog van het touren. Donderdag Zoetermeer.
Toch voor de vorm maar eens in mijn agenda gekeken.
Hé.. Vanavond, 20.15, De Kleine Komedie. Het Nieuwe Lied..
Dat was in elk geval een doel. Dat scheelde al.
Gaan!

En ’s avonds zat ik te kijken naar dat uiteenlopende talent van die jonge enthousiaste makers.
Een bomvol podium plezier. Fucking goed waren ze. Ze speelden, ze móesten. Ze wonden de zaal om hun vingers. De liefde voor het lied en de ambitie om de beste te worden spatte van de artiesten af. Het overspoelde de uitverkochte zaal, die moeiteloos overmeesterd werd.
Al na 3 nummers was ik verkocht. Was mijn jaar dan toch eindelijk begonnen. Zo’n zin om weer te gaan spelen en mooie dingen te gaan maken.
Mocht je tijd hebben: ga naar een van de schaarse voorstellingen van Het Nieuwe Lied. Is goed voor je humeur.
En kom anders maar gewoon lekker bij mij kijken.
Tot snel!

Waar waren we gebleven
O ja da’s waar, we waren leven
We waren middel voor het doel
Er was een uitweg voor gevoel
We zongen en we speelden
We zongen en we speelden
Ik zong, ik speelde en verbeeldde
Dat er mensen waren
Dat er al die jaren mensen waren
Mensen waren die verdwenen
Die verdwenen een voor een
Maar ik bleef hier niet alleen
En zijn er nog. Er zijn er nog.
Er zijn er nog veel meer.
Ze wachten op me
Net als de laatste keer
Ik kom eraan.
Niet meer zitten
Ik ga staan
Ik kom eraan.

En door!

Foto: Bob Bronshoff